Consent

Er is mij seksueel onrecht aangedaan.
Zo lang, nog steeds, durf ik het niet hardop te zeggen. Ben ik bang dat wat mij overkomen is ‘niet erg genoeg’ was, en dat ik er helemaal niet zo mee ‘mag’ zitten. Hoor ik nog steeds de fatphobic maatschappij die zegt dat ik sowieso maar blij moet zijn dat iemand seks met me wil, dus kan ik dan echt spreken van grensoverschrijdend gedrag? Ik merk dat ik bijna dagelijks in mijn hoofd die stem hoor die het heeft over hoe emotioneel ik wel niet ben. En toch is het gebeurd. Nog lang niet ben ik er, nog lang niet.

Ik ontmoette een leuke man via Tinder. Het was heel grappig om iemand via Tinder te ontmoeten met soortgelijke politics, met wie ik leuk kon praten daarover, ook gewoon lol hebben en goede seks. Ik ben zelf niet heel erg van het contact per se onderhouden door Tinder omdat ik gewoon weet hoe dat gaat en ik geen zin heb om emotional labour te gaan doen voor een ander en zelf als persoon niet te bestaan. Hij gaf aan dat hij wel meer wilde dan alleen maar seks klaar. Ik dacht erover na en besloot dat ik het allicht kon gebeuren (uiteraard gebeurde precies waarom ik dit dus niet doe).

Hij appte op een dag dat hij zich rot voelde door dingen op werk onder andere, en of hij die avond langs kon komen. Ik gaf aan dat dat goed was. We hebben gepraat, gegeten samen, en het leek prima te gaan.

Tijdens een consensual vrijpartij lag ik op mijn buik. Opeens kreeg ik een nekklem. Ik kon niet ademen en hoorde iets kraken in mijn keel. Ik raakte totaal in paniek en merkte dat ik meteen dacht “ wat gebeurt er als die druk weggaat, stort mijn nek dan gewoon in omdat er iets gebroken is”. Ik begon mezelf los te worstelen en hysterisch te huilen. Hij liet los. Zijn penis nog steeds in me, ik huilend. Ik bleef hopen dat hij snel uit me zou gaan. Dat gebeurde niet. Hij zei “hey je moest huilen”. Ik zei “ja”. Zijn penis nog steeds in mij. Ongemakkelijk lagen we daar, en daarna maakte hij het het ‘af’. Daarna zei hij iets over dat hij bij zijn vechtsport ook die move vaak deed.

Toen hij naar huis ging wist ik niet wat ik ermee moest. Ik moest echt nog nadenken over wat er gebeurd was en waarom ik me van binnen zo rot voelde. We hadden die avond afgesproken. Ik vroeg hoe laat hij zou komen. Hij deelde mee dat dat niet meer door ging want hij was nu toch al geweest. Dit is de laatste keer dat ik hem gezien heb.

Het meest schaam ik me, voor mezelf nog, dat ik het tegen niemand echt durfde te vertellen. Dat ik wel heel creatief omgegaan was met de waarheid naar mijn vrienden toe, waardoor ik niet meer ‘terug’ kon. Tenslotte was hij de hoogopgeleide, socially conventionally attractive , slank en gespierde witte man. En dan kwam ik dik en zwart en recentelijk baanloos aanrollen. Ik zat thuis, overstuur. Ik wist niet wat te doen en merkte dat ik een echt gesprek erover wilde. Ik wist ook niet tot wanneer hij nou eigenlijk op die conferentie was. Daarom besloot ik om thuis te wachten tot hij zou komen. Ik wist het zeker, natuurlijk zou hij langskomen meteen zodra hij terug was om met me te praten en sorry te zeggen en dan zou ik me niet meer zo rot voelen. Ik wachtte, en ik wachtte. Ik probeerde contact te maken, dat ging niet echt. Ik heb het bijna twee weken volgehouden en toen huilend opgebeld. Hij had geen tijd.

Bijna een week later probeerde ik het weer, na nachtenlange nachtmerries. Hij zei basically dat ik teveel verwachtte en dat na een paar dates hij niet ‘op afroep beschikbaar was’. Ik had me ook niet goed gedragen want ik had ‘geen goede basis voor een relatie gelegd’. Ik durfde niks tegen mijn vrienden te zeggen. Sommigen kenden zijn werk, en wederom, ik was de mindere van ons twee (ik weet ergens dat dit niet zo is, maar zo voelde het, en voelt het soms nog). Ik vertelde wel iets, en dat ik verdrietig was, maar niet wat er echt gebeurd was.

Ik las online veel over restorative justice en besloot aan de hand van een paar artikelen een mail te sturen. Ik kreeg een mail terug dat hij het vervelend vond. We belden en hij werd boos want ik mocht het geen nekklem noemen, en ik mocht ook niet zeggen dat hij boos werd want toen werd hij daar boos over (of hoe ik het dan ook moet noemen). Ik probeerde uit te leggen hoeveel emotional labour het kostte om dit allemaal uit te pakken en dat het nu erg over hem ging en zijn semi-schuldgevoel over zijn toxic masculinity. Het mocht niet baten. Hij gaf aan dat hij dacht dat ons contact gewoon verwaterd was, maar ook dat hij andere zaken in zijn leven had waardoor het zo gelopen was, maar ook dat we elkaar daarna nog gezien hadden en toen was alles ok (dat is niet waar, we hebben elkaar nooit meer gezien na het voorval), maar ook dat hij niet wist dat het zo’n impact had, maar ook dat hij zelf al eerder wist dat hij het verpest had. Al deze verklaringen druisen tegen elkaar in. Ik ga het nooit weten. Ergens weet ik wel dat het gewoonweg niet belangrijk genoeg was en is voor hem. Daarom heeft hij geen antwoord, en daarom is hij niet ingegaan op mijn pogingen om te praten.Maar dat is zo pijnlijk dat ik mezelf nog steeds voorhoud dat het eerst wel leuk was ofzo. Ik besta semi, maar ben niet mens genoeg om moeite voor te doen. Er is nooit echt gesproken over hoe het voor mij was(ik typ dit en hoor hem nu al zichzelf verdedigen en hoe ik nu eigenlijk lullig ben dat ik dat zeg). Hij weet niet hoe ik gehuild heb, nu nog huil en hoe erg ik het vond. En dat ik oprecht nog steeds geloof dat als er over gesproken was dat het allemaal zo anders had kunnen zijn. Ik vond hem oprecht heel erg aardig en tof, en was zo beduusd dat dit ook een onderdeel van hem was. Afstandelijk, onaardig, self-centered en compassieloos.

Ergens denk ik dat alles na het seksueel gebeuren nog erger was voor mij. Ik spreek hierbij puur voor mezelf en niet voor anderen in soortgelijke situaties. Ik probeerde contact te maken om erover te praten en werd weggeduwd en als ‘teveel’ neergezet. Ik kreeg zelfs te horen dat mijn emoties mijn sterke kant waren maar ook mijn zwakke? Vrij typische ableism(en seksisme), maar toch doet het nog steeds pijn. Het was dus mijn schuld. Ik moest niet zo emotioneel zijn. En wederom weet ik ergens dat dit niet klopt, en toch voelt het zo.

Ik ben de afgelopen 4 maanden vooral thuis geweest. Huilend, kalmeringspillen, op zoek naar absolutie, naar vergiffenis. Ik durf mijn eigen vrienden nauwelijks te benaderen. Wat moeten ze wel niet denken dat ik niks van me heb laten horen. Dat ik hen zo in de steek heb gelaten. Ik heb namelijk gewoon mezelf teruggetrokken, mijn whatsapp van mijn telefoon gehaald en ben in bed gaan liggen maandenlang. En wat als mensen zeggen dat het helemaal niet zo erg was, en dat ik me aanstel. Ik weet niet of ik dat aankan.

Maar ik wil niet meer ontkennen dat er er seksueel over mijn grenzen gegaan is. Dat ik daar last van heb. Dat ik daar verdriet van heb. Of dat nou mag of niet. Het is zo.

Advertisements

Passover in Amsterdam: Matza, the invisible Jew and “our Jewish-Christian tradition”

Last Friday I went out with my son, looking for Matza meal for a couple of recipes for the Seder, the Passover dinner (ritual feast). We live in a lively neighbourhood in Amsterdam, plenty with shops. It used to be a Jewish neighbourhood. We have been to several shops but found Matza meal nowhere. We were puzzled with the experience. How comes that a neighbourhood once crowded with Jews has no traces of Jewish shops, nor Jewish produce? I mean, we know that Amsterdam sent 80% of “its” 80,000 Jews to their death, but it is still quite unsettling to walk in such a space and meet only signs of the annihilation of Jewish lives (see Gunter Demnin’s important project “stumbling stones”).

 

We decided to settle for Matza instead and just smash it into flour. Usually Dutch supermarkets do have Matza but we went to supermarket after supermarket to find it sold out everywhere. Finally we were lucky to get our hands in the last Matza packages in a neighbourhood supermarket. But we were also confused about the fact that despite no sign of Jewish life or Jewish traditions, Matzos were sold out! In fact the public space is saturated with Easter. But then a friend of my daughter explained to us that Dutch Christians eat Matzos with Easter. This is exactly what we found in the Matza package; nothing though about the fact that this is a Jewish tradition and that we commemorate Passover in this very period of the year…

 

We were left with a very strange feeling, as if we were sleep walking as invisible presences alongside a long tradition of presences and histories made to disappear. This made me think about the ubiquitous expression “our Jewish Christian tradition” which became shorthand in Dutch public and political discourse to affirm the non-belongingness of Muslims to “our [Dutch] culture”. It is a cleverly perverse way to instrumentalise Jews and an alleged inclusion of “Jewish tradition” into Dutch hegemonic culture with the end of excluding yet other Others. Let’s say that Jews are as included into hegemonic Dutchness as Matza in Easter, according to the package: made following a traditional recipe…

Ben ik onderdeel van het probleem?

Activisme. Waar ik lange tijd gehamerd op het doorzien van maatschappelijke structuren in plaats van alles op het persoonlijke level te willen bespreken, begin ik me af te vragen of het maatschappelijke en het persoonlijke niet meer door elkaar lopen dan ik inzag.

Nadat mijn laatste relatie verbroken werd verloor ik naast de liefde tussen ons (als die er al was maar dat is weer een ander verhaal) een toekomst die er nooit zou zijn, my mind en een aantal vrienden. Nu is het zo dat eigenlijk iedereen met wie ik omga in het, zoals de Correspondent dat kennelijk tegenwoordig noemt, extreemlinkse kamp zit. Hoe kan het dan dat misogynie, anti-Zwart racisme en ableism klaarblijkelijk redenen zijn om gewoon maar te besluiten dat iemand (lees: ik) niet meer bestaat?

Om maar met de deur in huis te vallen ik heb zoveel psychische labels dat ik eerlijk gezegd ook niet precies meer wat hoe het nou zit. Ik ben er in ieder geval zelf van overtuigd dat op zijn minst extreme verlatingsangst en depressie zeker weten juist zijn. Mijn verlatingsangst kenmerkt zich overigens op soms voor mijzelf bizarre manieren, ik kan iemand wegduwen bij wie ik eigenlijk wel wil zijn maar kennelijk kan ik ook gaan kruipen als een soort submissive vrouwtje die alles wat haar partner zegt goedpraat. Toen mijn laatste partner tegen me zei dat ik niet mocht praten over mijn gevoelens over mijn uiterlijk (want je weet, het leven als Zwarte , dikke vrouw is een aanschakeling van mensen en maatschappij die je laten weten dat je subhuman bent) want dat was was , en ik quote, ” geforceerd”. De persoon stond wel lekker te demonstreren tegen seksisme, racisme en weet ik niet wat allemaal, maar toen ik daar dan gewoon zo daadwerkelijk stond te bestaan ging dat natuurlijk allemaal echt veel en veel te ver. Het vreemde is dat ik verstandelijk nu wel besef dat dat echt niet OK is, maar dat ik toen ‘sorry’ zei en me schaamde dat ik het opgebracht had en voelde alsof ik hen had opgezadeld met ‘mijn issues’ en dat dat ‘unfair’ van me was geweest om dat te doen. Ik heb thuis een potje zitten janken om mijn eigen ‘gemeenheid’ en besloot dat ik het er beter niet meer over kan hebben omdat dat lullig was. Uiteraard heb ik me ook afgevraagd of ik niet al gewoon dankbaar moest zijn dat iemand me wilde.  Ik schrijf dit op en ik zie de kronkels, en toch voelt het ergens nog steeds zo. Mijn moeder (die niet extreemlinks is, helaas) zei dat ze me niet terug herkende en zich zorgen maakte dat ik een soort van weerloos iemand werd die maar een beetje de grillen van haar partner allemaal ok vond en zichzelf de schuld gaf de hele tijd. Ze vroeg zich af waar Ramona gebleven was, de opstandige dochter die altijd liep te bleren over maatschappelijk onrecht en die niet over zich heen liet lopen. Geen idee. Ik weet nog steeds niet of ik me nou abusive heb laten behandelen of dat ik abusive was door dat begrip te vragen.

 
Als het om romantische relaties gaat, bak ik er sowieso niet veel van. Het afzeggen van afspraken en dan doen alsof ik lullig was omdat ik zei “huh maar we hadden toch afgesproken”? Was mijn schuld. En ik weet ergens dat het niet klopt, en nog steeds denk ik, ja misschien had ik daar minder moeilijk over moeten doen en gewoon moeten zeggen ‘ok is goed’. Misschien had ik niet moeten zeggen dat ik verliefd was? Misschien had ik niet moeten vragen of mijn partner op mijn verjaardag wilde komen? Misschien was het gewoon ok dat toen het uitging er gezegd werd dat er ‘geen contact meer zou zijn want dat was beter voor mij’ en toen ik een week later toch eigenlijk wel wilde hoe of wat er geinsinueerd werd dat ik grenzen overtrad want er was toch gezegd dat die persoon ‘tijd nodig had’ ? Ik weet dat het niet klopt, ik weet dat dat verdraaien van gebeurtenissen om jezelf vrij te pleiten een raar ding is wat overigens nogal patriarchaal is, en toch denk ik dat ik het dan over mezelf afroep of iets. Dat ik zo’n onaardig en gemeen iemand ben, dat het logisch is dat mensen me zo behandelen en dat ik omdat ik het toesta zelf schuldig ben daaraan. En dat ik gewoon nu iemand die helemaal perfect en lief is afschilder als een patriarchale oetlul terwijl die persoon dat niet verdient. Tegelijkertijd vind ik hem ook een patriarchale oetlul. En dit heen en weer gaan, gaat dag in, dag uit, door en door en door. Van boos zijn naar verdrietig, naar huilbuien die alleen ophouden door medicatie te slikken (iets wat ik mezelf beloofd had nooit meer te hoeven doen) naar weer boos zijn dan even een betere dag met alleen maar wat suicidale gedachtes en dan weer instorten en van voorafaan beginnen.

 

Een jaar of 8 geleden was ik ook ingestort, ik durf wel te zeggen erger als mijn recente complete melt down. Ook toen kreeg ik te horen van mensen dat het ‘te heftig was’ en 1 vriendin vertelde me dat ze graag weer met me wilde praten als ik ‘weer gewoon normaal deed’. Ik ben volgens mij nooit meer ‘normaal’ geworden. Het is alsof er toen een soort van beerput aan shit bovengekomen is die nooit meer onder de deksel is gegaan waar ik het altijd gepropt had. En ik lijk niet meer terug te kunnen, hoezeer ik daar ook naar verlang. En bij deze laatste instorting ben ik wederom vrienden verloren. En vreemd genoeg is er dan ook iemand met wie ik eigenlijk een oud conflict had die belde en zei ” Ik kan nu komen, ik ben er nu voor je, je bent goed zoals je bent en ons conflict doesn’t define you nor our friendship”. Ik zal niet doen alsof alles tussen ons geheel koek en ei is (ik hoop het, maar ik kan dat nooit zo goed inschatten) maar ik ben ontzettend dankbaar.

Zoveel gedachtes en gevoelens. Het gevoel ‘gewoon’ te kunnen leven zonder bij ieder persoon bang te zijn dat ze je eigenlijk haten of zo lelijk vinden dat ze gewoon niet met je willen praten. Continu in je achterhoofd allerlei suicidale gedachtes hebben en weten dat je er niet over kan praten want anders is het ‘moeilijk’ voor je vrienden en de hulpverleners vragen het wel maar als je erover praat dan is het kennelijk wel ok en moet je maar thuis even kijken hoe je het redt met een lekkere warme thee en een goed boek (serieus advies van de crisisdienst dit trouwens). Hele gesprekken met mensen over hun grenzen heb ik kennelijk gehad. Ik was zo hysterisch twee weken lang dat ik me letterlijk een minuut of 30 van die gehele periode kan heugen. Maar kennelijk (zo heb ik me laten vertellen) heb ik hele goede gesprekken gehad over hoe ik minder hysterisch moest zijn. Ik weet ook niet zo goed wat ik daarmee moet, of hoe ik daar dan iets van moet vinden?

Wat ik wel weet is dat ik gelukkig een paar goede vrienden heb, die voor me klaarstaan (en ik hoop dat zij weten dat ik ook voor hen klaarsta) en van me houden. En dat de mensen die besloten hebben dat ableism theoretisch gezien wel een issue is maar zodra iemand daadwerkelijk instort en professionele hulp nodig heeft ervandoor gaan misschien eigenlijk ook wel onderdeel zijn van het probleem? Theoretisch maatschappelijke structuren doorzien betekent niet zoveel als je als het recht voor je porem gebeurt je de andere kant oploopt. Een stuk neertikken over hoe kut seksisme/racisme/queer antagonism is en dan iemand die dealt met die dingen gewoon negeren, ik weet niet. Wat betekent dat? Is practice what you preach nog steeds een ding? Of is dat dan lullig om dat te verwachten? Verwacht ik teveel van andere mensen? Verwacht ik een begrip wat niet te geven valt? Geef ik zelf niet genoeg aan de mensen die het lastig vinden om er voor mij te zijn? Ben ik egoistisch? Ben ik zelf het probleem door er niet voor anderen te zijn in tijden waarin ik instort? Ben ik degene die wel leuk staat te demonstreren maar dan in haar eigen leven alles zo verpest en verneuk dat het niet heel vreemd is dat mensen ongeveer 0 zin hebben om met me om te gaan? Ben ik onderdeel van het probleem?

Huisvredebreuk is eigenlijk je eigen schuld

Vandaag kreeg ik van de politie bericht over het hele gezeik inzake de huisvredebreuk bij mij.

 

Ik heb serieus een dossier ontvangen waarin de wijkagent zegt dat hij door een andere agent gebeld is en die hem beval om mij te bellen en te zorgen dat ik mijn aangifte introk. Hoe bizar is het dat iemand dat zelf zegt en dat we nog steeds doen alsof het ok is dat dit gebeurd is? Daarnaast is er nu een totaal wild verhaal over hoe ik de medewerker van de woningbouw in elkaar geslagen zou hebben….Ik heb de man (van 2 meter)met geen vinger aangeraak, wel met een kwak spuug. Maar ik  heb hem “bespuugd en in elkaar geslagen”?  Er zijn ook nog getuigen van, ik weet niet wie want ik was alleen met die gast in mijn huis aangezien de monteurs wel gewoon mijn huis hebben verlaten toen ik zei dat ik wilde dat ze weggingen. Die man heeft ook geen aangifte gedaan van deze zelfbedachte feiten, dus hoezo zijn dit opeens feiten en is alles wat ik zeg een ‘mening’ en hoe ik dingen ‘ervaren’ heb.

Ook beweert de huisagent dat ik een clausule in mijn contract heb waarin staat dat de woningbouw ten alle tijde zomaar mijn huis in mag gaan. Ten eerste staat dat er natuurlijk niet in, en ten tweede al zou dat er instaan dan is het niet rechtsgeldig, er bestaan godzijdank nog huurrechten.

 

Een hele andere random agent die ik niet ken heeft een bericht gestuurd naar de klachtencommissie (dit bericht staat in het dossier) dat er een gaslek in mijn huis was….eh nee. De Key heeft talloze mails gestuurd over het probleem in het comlex, en een gaslek was er niet.

 

Op 4 januari word ik geacht naar een commissie te gaan in het Stadhuis te Amsterdam, om daar mijn klacht te behandelen. Het zal weer een feest worden van leugens.

 

Ik was alleen in huis, en dat is nu kennelijk een misdaad.

 

 

 

 

 

 

Hoe een woningbouwvereniging en de politie zichzelf kunnen wijsmaken dat huisvredebreuk eigenlijk niet zo erg is

Eind mei had ik plots geen gas en warm water meer. Ik kreeg van de Key, de woningbouwvereniging waar ik van huur, mails dat er van alles mis was en dat men bezig was met reparaties. Het heeft rondom een maand geduurd. Er werden mails gestuurd dat je thuis moest zijn omdat men langs zou komen voor controles, er kwam niemand. Ik kreeg nog een mail dat er 13 juni 2016 mensen zouden komen om te kijken of een reparatie die men beneden aan de flat gedaan had gelukt was. Ik mailde terug of men wel even kon aanbellen ipv zomaar naar binnen wandelen. Dit was al eens gebeurd en toen stond ik naakt oog in oog met wat monteurs.Ik vind dat niet normaal, maar ik dacht ik geef ze een keer de kans om te laten zien dat het een eenmalige fout was geweest.  Ik zat de hele dat thuis te wachten, er kwam weer niemand. Er zijn in totaal 5 mails geweest waarin aangegeven werd dat men zou komen en niemand kwam. Dus ik had eigenlijk allang uit mijn hoofd gezet dat het een dezer dagen nog zou gebeuren.

Op 14 juni 2016 zat ik in mijn bed, lekker naakt want ik ben meestal naakt thuis, een spelletje op de laptop te spelen. Iedereen die mij kent weet dat ik liever in mijn bed met mijn laptop zit dan in de bank. Enfin, plots hoorde ik geluid vanuit de woonkamer. Ik schrok me wild, pakte een badjas en de stofzuigerslang en wilde de woonkamer al gillend en om me heen slaand in gaan. Ik riep “Is er iemand?” . Ik hoorde een diepe mannenstem zeggen “Ja!”. In de woonkamer aangekomen met mijn slang (je moet toch wat) zag ik 2 mannen in mijn keuken staan. Ik dacht op dat moment echt dat ik verkracht ging worden of doodgemept. Ik schrok me kapot, ik had geen idee wie dit waren en wat ze kwamen doen. Ik gilde wat ze kwamen doen en ze zeiden dat ze monteurs waren. Een derde man kwam binnen, iemand met een De Key bodywarmer die ik verder ook niet kende. Ik was zo geschrokken, ik gilde dat ik wilde dat al deze mensen mijn huis verlieten en dat ik een klacht zou indienen. De monteurs boden hun excuses aan en gingen weg. De medewerker van de Key bleef staan. Hij is een half uur in mijn huis gebleven terwijl ik  riep dat ik wilde dat hij wegging. Hij zei dat ik het maar ‘lief’ moest vragen en dat het niet mijn huis was, ik huurde het slechts.Volgens hem was het dus eigenlijk ‘zijn huis’ en hij zei ‘ik ben de Key’ (speaking of jezelf een grotere rol toebedelen). Daarna belde hij de wijkagent op en zei dat de politie moest komen om mij te te arresteren omdat ik ‘hysterisch’ was. Ik had het helemaal gehad en tegen al mijn principes in (en angst dat ik echt opgepakt zou worden) belde ik zelf maar de politie over wat er nou echt gebeurde hier. Onderwijl heb ik een keer gespuugd naar de medewerker. Ik schaam me er niet echt voor eigenlijk (mijn moeder wel trouwens). Politie belde hem terug om te zeggen dat hij mijn huis uit moest gaan en hij verliet mijn huis. Daarna belde de politie mij en ze maakte een afspraak om over deze huisvredebreuk te komen praten. Tot dat moment had ik me nog niet eens gerealiseerd dat het inderdaad huisvredebreuk was en een grove schending van het huurrecht.

Ik ben gegaan, heb aangifte gedaan en werd een dag daarna gebeld door de wijkagent (hij was niet de agent die mijn aangifte had opgenomen) dat hij ‘die jongens kende’, en dat waren ‘goede jongens’ en ik deed hun iets aan. Ik was verbijsterd. Hij zei dat de medewerker aangifte tegen mij zou doen voor het spugen als ik mijn aangifte niet introk en dat het dan wel tot een rechtszaak kon komen waarbij ik het onderspit zou kunnen delven en een celstraf of boete kon krijgen. Ook wist hij mij te vertellen dat die goede jongens zoiets nooit zouden doen. Ik zei dat ik deze manier van intimidatie niet kon waarderen en het gesprek werd beeindigd. Uiteraard heb ik hier een klacht over ingediend en die wordt 4 januari dan behandeld met een commissie van de politie. Wij van WC-eend zeg maar.
Wijksteunpunt Wonen Noord heeft geprobeerd met de Key te praten om te zorgen dat in de toekomst dit soort zaken niet meer zouden gebeuren. De Key vindt mij ‘te emotioneel’ . De Key geeft aan dat zij de regel hebben dat ze toch mensen hun huis soms betreden. Nu kun je er zelf allemaal regels en op nahouden, maar zolang er geen sprake is van een calamiteit mag dat natuurlijk niet. Daarnaast begonnen zij uit het niets te praten over dat ik niet moest verwachten dat ik geld van ze zou krijgen? Ik heb nooit om geld gevraagd, maar het blijkt dat de Key zich daar het meest druk over gemaakt heeft kennelijk?

Ik heb ruim 4 maanden gebeld naar de politie om erachter te komen wat er nou ging gebeuren, elke keer kreeg ik te horen dat de desbetreffende agent contact met mij op zou nemen. Vandaag, 27 oktober 2016, ben ik gebeld. Hij gaf aan dat hij geen plicht had het mij te vertellen en daarom had hij het dus ook maar niet gedaan(?). Hij had de wijkagent gebeld in juni en die had aangegeven dat de Key een afspraak met mij had gemaakt over het betreden van mijn woning op 14 juni. Dit is pertinent niet waar, ik heb geen enkele mail van de Key ontvangen over 14 juni, noch is daarover gebeld. Al WAS er een afspraak gemaakt die dag, dan nog kun je niet zomaar mijn huis binnenwandelen met je loper. De agent gaf aan dat hij de wijkagent geloofde en daarom in juni had besloten niet tot vervolging over te gaan. Ik vroeg waarom hij mij niet gewoon gebeld had in juni want ik kan makkelijk bewijzen dat er helemaal geen afspraak was. Ik heb daar geen antwoord op gekregen want het ‘besluit was al genomen’. In juni kennelijk, en dat hoor ik dan in oktober na meer dan 10x contact opnemen…

Dit is wat er gebeurt als iemand anders de politie belt omdat jij in je eigen huis bent. Een reeks van intimidatie, leugens en broddelwerk waarbij ik continu door mannen ’emotioneel’, ‘labiel’ en ‘hysterisch’ genoemd ben omdat ik bang was voor 3 vreemde mannen in mijn eigen huis. Ik had niet eens echt aangifte willen doen, de meeste mensen weten wel dat ik niks op heb met de politie. Maar ik was inderdaad emotioneel, ik was bang voor een politie die gebeld werd door iemand die ik niet kende die zomaar in mijn huis was. Ik was bang dat ze zouden komen en me echt zouden arresteren. En dat is de reden waarom ik zelf maar gebeld heb. In de hoop dat ik een arrestatie kon voorkomen.

Het gevoel van onveiligheid in je eigen huis is lastig uit te leggen. Sommige mensen denken dat je gewoon een nieuw slot op je deur moet zetten en dan ben je weer helemaal ok. Ik word elke nacht wakker van geluiden in mijn huis, ik denk ook overdag continu dat er iemand is. Degene die mijn huis betrad en niet weg wilde gaan bleek tot overmaat van ramp ook de nieuwe huismeester van het complex. Als er iets was, moest ik dat dus met deze dudebro die een loper van het hele complex heeft gaan regelen. Ook daarover heb ik geprobeerd met de Key te mailen om te zorgen dat ik niet naar hem hoefde te gaan. Ik kreeg terug dat dat gewoon de gang van zaken was en ik bij hem kon zijn voor eventuele huurperikelen.

Bijna 5 maanden heb ik moeten wachten om te horen dat het eigenlijk gewoon mijn schuld is want emotioneel, want hysterisch, want niet bestaande afspraak, want huurrechten bestaan kennelijk niet meer. Voor een ander lijkt het misschien klein, maar ik denk dat de meeste vrouwen wel weten wat die angst is voor onbekende mannen in je huis en wat dat met je doet. En wederom is bewezen dat je aan de politie natuurlijk ook gewoon helemaal niks hebt.

Je bent eerst Zwart en dan pas Queer; oppression olympics en de rangorde van onderdrukking

Wel vaker is mij verteld door Zwarte cishetero mannen dat ik eerst Zwart ben en dan pas een vrouw, dan pas Queer en disabled bestaat eigenlijk gewoon niet. Wel zo makkelijk. Volgens mij kan ik zelf wel bepalen wie ik ben en hoe ik in het leven sta. Ik weet dat het voor sommige mannen moeilijk te geloven is dat ik gewoon zelf na kan denken over wat ik vind van mijn leven en waar ik last van ondervind, maar het is toch echt waar, ik kan het gewoon helemaal zelf. Grote meid.

Wat er gebeurt in deze ~discussies~ is dat mensen denken te weten welke onderdrukking het ‘ergste’ is. Het ‘ergste’ is kennelijk racisme (aldus sommige antiracisme activisten). Ik vraag me nog steeds af hoe we op deze rangorde gekomen zijn. Het lijkt er namelijk een beetje op dat mensen die overal privilege hebben behalve op 1 as, altijd vinden dat die as de ‘ergste’ is. Vandaar dat Black Patriarchy ervan overtuigd is dat seksisme en Queer antagonism gewoon niet echt belangrijk zijn. Witte feministen denken dat racisme niet echt bestaat, witte LHBTQIA’ers zijn ook nog niet echt overtuigd van racisme, Zwarte cishetero vrouwen geloven ook niet echt in Queer antagonism etc etc.

Kan. Slaat nergens op, maar kan. Maar ga alsjeblieft niet proberen deze nonsens te vergoelijken met hele praatjes over dat je niet kunt verwachten dat iedereen zich overal tegen inzet. Eh, ja op zich kun je idd niet alles weten over alles, daarvoor is de wereld gewoon te groot en een mens kan niet alles weten over elke context. Wat er echter gebeurt is dat mensen klinklare onzin als : “ je kan niet verwachten dat homofoob X zich nog met de strijd tegen homohaat bezighoudt want hij is al bezig met zijn eigen onderdrukking, namelijk racisme”. Als dat zo is, dan moet je ook je smoel houden tegen witte vrouwen, want tenslotte hebben die al hun eigen onderdrukking (seksisme) en mogen ze gewoon lekker racistische onzin spuien, want ze hebben het al zwaar te verduren onder seksisme. Toch? En ik wil ook geen gezeik meer horen dat je het COC racistisch vindt, want jij vindt tenslotte dat Zwarte mensen ongeneerd homofoob mogen zijn omdat ze het al zo moeilijk hebben met racisme. Dan denk ik dat die witte mensen bij het COC ook maar met rust gelaten moeten worden want die zijn al zo van slag door de LGTBQIA-haat van deze samenleving. Toch?

Het schijnt toch niet zo te werken, het is alleen bij racisme waar. Kennelijk. Alleen dan mag je verder alle onderdrukkingen prima vinden en laten gaan? Ik begrijp de logica niet echt (waarschijnlijk omdat de logica nergens te vinden is, maar ok). Ik trek het in ieder geval slecht, het semi-intellectuele geneuzel dat als je hetero bent dat niet echt een privilege is maar wit zijn wel. Dat zeg je natuurlijk ook alleen maar omdat je zelf hetero bent en niet-wit. Kun je 9849 begrippen gebruiken (liefst foutief) maar dat maakt het nog niet per se waar.

Vaak komt er dan nog iets van ” ja we moeten wel wat zeggen als iemand iets expliciet *vul onderdrukking in* zegt, maar als diegene het gewoon laat, dan is het anders”. Als jij doet alsof racisme alleen Zwarte mannen treft, dan gaat daar iets mis. Als jij denkt dat nooit iets zeggen over de ondedrukking van LGTBQIA mensen prima is, omdat je ook niets lomps gezegd hebt…. Nja, ik ken genoeg vrouwenorganisaties die niet expliciet iets racistisch gezegd hebben, maar daar heb je het ook de hele dag over dat je dat niet ok vindt? What up ?

Het heeft echt geen enkel nut om een rangorde te maken in onderdrukkingen, behalve om jezelf vrij te pleiten van je eigen privilege. Dat is waarom je het doet. Als we daar nou eens eerlijk over zijn, zijn we al een stuk verder.

En nee, ik wil ook niet in de toekomst bevrijd worden nadat racisme weg is. Zo werkt dat natuurlijk niet, en dat weet je zelf ook dondersgoed.

The order of things: politics and economics of (public) scholarship in the Netherlands

 

The anthropologist and curator Nuno Porto conceives the museum as a mechanism of cultural contact, where “cultural contact is neither more nor less then to fight for the order of things.” The public sphere is the arena that hosts institutions such as museums but also academia and the media where, artefacts, be them a film, an academic essay, a theatre play, a photograph, enter this fight for the order of things. Doing and reflecting about scholarship (but also about art) is therefore a political act that entails considering the order instituted by particular power arrangements and the terms of the fight; the order which we inhabit.

 

Who is entitled to represent and who is the represented? Who has access to resources to fight in the public arena? Who speaks and who is spoken about?

 

Not running the risk of subsuming scholarship to politics, it is fundamental to self-reflect the place of the academic and the intellectual in the public sphere and to negotiate this position critically. This requires awareness towards the economy of knowledge. It is often engaged scholarly practices that overlook the economy of privilege running through society. Engagement demands vigilance and intervention on the distribution of credits around the artefact of knowledge (a talk, an essay, a book, a research).

 

Who is paid and who is not, who is credited and who is not, who gains social capital, perspective of jobs and grants, public exposure and accolades, and who does not?

 

In the Netherlands, there is a systematic and recurrent unequal distribution of resources to enter the public sphere and an unequal entitlement to shape it, and to fashion institutions, which are white and autochthonous. Power, both symbolic (i.e. prestige) and material (i.e. money) is concentrated in white hands. Our government is white, our media bosses are white, our professors are white, our boards of directors are white. As New Urban Collective recently tweeted: “40% of law students has a ‘non-Western’ background but the judiciary is 98% white.”

 

In the article Cloning cultures: the social injustices of sameness, Philomena Essed and David Goldberg posit that the “habit” of creating and cloning spaces inhabited by the hegemonic “type” of subject that speaks the same “language,” and produces the same kind of knowledge is an unchecked practice of injustice and inequality. It safeguards institutional homogeneity, whiteness in Academia.

 

In the Netherlands the non-white is the niet-Westers allochtoon (non-native non-Western). The racial conundrum embodied in this term mixes geographic provenance -standing for national and cultural allegiance and religious affiliation- with a bodily marker of race. This resilient formula of otherness is in dialogue with similar recipes of alterity in the continent, relegating Muslims, African diaporic subjects and non-Westerners to the margins of society and the fringes of institutions. Fatima El-Tayeb posits that there is “racialized understanding of proper Europeanness” which externalizes “Europeans possessing the (visual) markers of Otherness” from contemporary Europe, rendering them to the permanent condition of “aliens from elsewhere.”

 

The Dutch national claim of ignorance about racism associated with historical amnesia about the empire are resilient, within a context of neoliberalism and neocolonialism. The self-congratulatory myth of tolerance still holds strong despite society’s diagnosis that multiculturalism failed (and the desire to “bring us back to the time before it has been created by the Labour Party”). The Dutch public sphere is domesticated by a taboo on racism surrounded by the demand of its unspeakability, which legitimizes the violence met by those denouncing it.

 

Whiteness is a position of structural advantage, privilege and power. In the Netherlands, racism is still perceived as excessive, that means an aberration to an otherwise postracial order, as an interruption, rather than a historical continuity and institutional practice. It is to its institutional dimension and its history that the scholar must attend.

 

Since the antiracism movement broke the public silence/silencing on racism in Dutch society, much has been spoken about privilege, however hardly ever is this query geared towards the progressive academic self. In his 1993 Reith lecture, Edward Said had already discussed the requirement of de-alignment on the part of the intellectual vis-à-vis her/his institutional affiliation (the “task of not committing”). However, nobody wants to be a feminist killjoy (the very apt term of Sara Ahmed) and jeopardise her/his place at home and in the social order. Still with Said, homeliness is not the place of the intellectual, but exile, which is never only self-imposed but forced upon undesirable subjects. I wonder, then, if unhomeliness can be the epistemological stance of subjects comfortably at home in academia. I wonder whether the hegemonic subject can practise the kind of critical scholarship that is self-reflexive.

 

Dutch institutions have been reluctant to problematize their whiteness. Diversity rather is the preferred agenda. However, debates on “diversity” often avoid the hierarchy of human difference (after Frantz Fanon) that rules institutional arrangements and sociability. Being different equals being less and having less choice and opportunities depending on the difference you embody. “Diversity” purposefully circumvents this fundamental difference. It has focused mainly on providing the individual that embodies difference – that rarity in Dutch academic corridors – with skills and resilience to navigate the hegemonic culture. Institutions have been left largely unproblematized. According to Sara Ahmed, diversity policy is a neoliberal technique of management whereby political differences and historically contingent processes can be depoliticised. Minelle Mahtani accurately pointed out that multicultural policy is no substitute for antiracist legislation, which takes into account the economic and political roots of systemic racism. Racial and social justice require social change.

 

So far, Dutch academia is a space for the normative subject of whiteness to flourish through the production of high-impact knowledge for a better – then more just and equal – world. How askew is the settled practice in Dutch academia to include the other as object of inquiry while the agent of knowledge remains the normative self? Scholars are doing their scholarly business as usual. Following the risky public confrontation waged by antiracist activists, the question of racism flourished in Dutch academia, where non-whites figured as object to ethnographic research in metropolitan territory. Again, as before, research about, however without them. Curiously or symptomatically, institutional racism did not make the agenda of the movement The New University. A narrow agenda of democratisation without decolonisation makes the role of the student movement of the University of Colour the more important, and of equal importance is the far-reaching Commission of the University of Amsterdam, disguised under the title of Diversity, under the lead of Gloria Wekker. The game has to be changed.

 

Scholarly engagement must confront the very position of scholarship in the entanglement with others, with the non-white. Europe and its institutions are implicated with others and have a role in the regime that otherises and exercises violence upon non-white subjects. The scholar must problematize this regime, turning the gaze to Europe and Europeans as anthropological objects of inquiry. The autochtoon scholar, for her/his privileged position, must speak truth to power. However, the subject of the scrutiny of European institutions and hegemonic Europeanness, the author of this investigation, cannot possibly be solely the white European.

 

There are histories, plenty of stories, and other heroes ignored by Academia and unknown to Dutch society, as they have been unauthorised and actively silenced. It is of fundamental importance to give credit, room and resources to work on these invisible presences in Dutch history and society by silenced non-white voices, such as work on the archive of anti-colonial and anti-racist Black, Migrant and Refugee women’s resistance, carried out outside Dutch Academia by Egbert Alejandro Martina, and by Chandra Frank outside of the Netherlands.

 

Engaged scholarship will not give one rewards or the sympathy of the institutions of the European establishment. It will most certainly blemish your curriculum and cost you grants and appointments. It is not a story of happiness in laureates but a story of meaningfulness, joy and hurt, and of social relevance.

 

It is the role and responsibility of the public scholar to embrace the discomfort caused as her/his critical and creative practise unavoidably dislodges the habits of hegemonic whiteness/sameness and upsets the hegemonic subjects of institutional normativity, as it should. Returning to Nuno Porto, we need to support a fight for a new order of things

 

This was a talk I gave at the event Camera Interactiva Creativity Lab, a collaboration between the Centre for the Humanities (Utrecht University) and the Netherlands Film Festival, on September 23, 2016. I was invited to discuss “the social responsibility of academics and the role of the public intellectual” with special attention to race and migration, and so I did.